Venus

2006 . Het was akelig hoe de filmwereld klaar lijkt te staan om afscheid te nemen van Peter O’Toole. Een drietal jaar daarvoor  gaven ze de man alvast een ere-oscar voor zijn hele carrière, wat min of meer het filmische equivalent is van een begrafenisondernemer die de maten komt opnemen voor je doodskist . Toen bleek dat O’Toole nog een jaartje van plan was verder te tikken, nomineerden ze hem opnieuw voor een gewone oscar voor zijn rol in deze ‘Venus’ en werd er in zowat elke recensie geschreven dat dit waarschijnlijk “de laatste rol zou zijn van dit formaat die O’Toole ooit nog zou spelen”. Hij verloor de oscar opnieuw, trouwens aan Forest Whitaker voor ‘The Last King of Scotland’, de achtste keer dat hij de prijs door een ander zag afhalen.

De plot draait rond Maurice (O’Toole) en Ian (Leslie Phillips), twee acteurs op leeftijd, die vroeger schijnbaar erg populair waren, maar tegenwoordig hun dagen slijten met het uittellen van hun pillen en het ondergaan van extreem oncomfortabele prostaatonderzoeken. Nu ze in de zeventig zijn, zijn ze uitgerangeerd, irrelevant geworden voor een wereld van jonge mensen die niet meer in theater geïnteresseerd zijn, naar muziek luisteren die zij niet kennen en drankjes drinken waar ze nog nooit van gehoord hebben. Maurice voelt echter zijn stokoude schuur smeulen wanneer hij kennis maakt met Jessie (Jodie Whittaker), de twintigjarige achternicht van Ian. Jessie heeft geen greintje cultuur in haar lijf zitten, en lijkt buiten het vreten van instantnoedels louter de ambitie te hebben om fotomodel te worden. Waar Maurice en Ian op een podium stonden om iets creatief waardevols te presteren, wil Jessie gewoon op een podium staan. Toch voelt Maurice iets tintelen zijn lichaam dat al lang niet meer getinteld heeft, en langzaam maar zeker ontwikkelt er zich een vreemde relatie tussen de twee.

Regisseur Roger Michell en scenarist Hanif Kureishi (die eerder al samen ‘The Mother’ maakten), hebben hier eigenlijk een verhandeling gemaakt over een thema dat gegarandeerd negentig procent van het publiek buiten zal houden: ouder worden. En dan niet zomaar ouder worden in de zin van een vijftigjarige die een Porsche koopt omdat potentieproblemen in  de buurt komen, neenee, ouder worden in de zin van “je dood voelen naderen”. De makers schetsen een pijnlijk geloofwaardig portret van overbodig geworden acteurs. Niemand interesseert zich nog voor hem en zijn leven wordt gereduceerd tot een steeds vernederender rijtje rituelen: pillen slikken, geprikt en gepord worden door dokters, moeizaam ademen, moeten accepteren dat je seksueel niets meer kan, en ga zo maar door. Hij bedient zich dan ook van een bijtend gevoel voor humor om de moed niet te verliezen.  De humor in ‘Venus’ is trouwens over het algemeen erg geslaagd – de makers vinden perfect een evenwicht tussen bitterheid en toch het vermogen tot zelfrelativering. De personages hier beseffen van zichzelf dat alles hen door de vingers aan het glippen is, en omdat huilen nu eenmaal niet past bij oude mannen, keren ze zich maar tot cynisme.

De relatie tussen Maurice en Jessie wordt al even pijnlijk eerlijk in kaart gebracht: Maurice ziet een aantrekkelijk jong meisje en hij wil haar, zo simpel is het. Zijn leeftijd  staan echt fysiek contact in de weg, en dus lost Maurice het anders op. Hij maakt van haar zijn muze en gebruikt zowat al zijn zintuigen om van haar te kunnen genieten, kleine aanrakingen, kleine momentjes van sensualiteit, en die moeten dan maar volstaan om zijn dik zeventigjarige fantasie te voeden.

Erg romantisch is de film niet over die relatie. Het is er één van wederzijdse uitbuiting, waar dan op den duur toch reële affectie in binnensluipt.
Zoals dat hoort bij een film rond dat soort thema’s, is ‘Venus’ een relatief trage film. De visuele stijl is sober, met een koude, kille belichting die lange winternamiddagen suggereert. Zo van die dagen waarop de tijd lijkt stil te staan en je niets anders te doen hebt dan uit een venster te staren naar een grijze lucht waar absoluut geen beweging in zit. Die sfeer hangt over de hele film, en wordt erg effectief weergegeven. Ondanks dat trage ritme, vervalt de prent nergens in langdradigheid, voornamelijk vanwege de energie van de acteurs. O’Toole was dan wel 73 op het moment van filmen, maar wanneer hij wil, kan hij nog steeds een krachtige aanwezigheid vormen.  Jodie Whittaker staat dan wel gedeeltelijk in de schaduw van O’Toole, maar het zou doodzonde zijn haar prestatie te vergeten: zonder Jessie sympathieker te willen maken dan ze is, weet ze toch enorm veel menselijkheid in die rol te gieten.

‘Venus’  is  een intelligent, smaakvol uitgevoerd en uitstekend geacteerd drama over oude mensen die zonder illusies naar de dood uitkijken. Niet wat je noemt blockbuster-voer – en gelukkig maar.

(Naar Dennis Van Dessel, Enola 2007)

Info: Roger Michell - 2006 - UK - 91Min
Wanneer: Geen vertoning
Waar:
Inkom:

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.